“Ik leef niet in ruzie, ik lach altijd”

Door: Deborah Wolting

Toms’ humor en vrolijkheid is het eerste en het laatste wat je van hem ziet en hoort. Het is eigenlijk het enige dat je van hem ziet. Elke les weet hij wel een glimlach op je gezicht te toveren. Gekleed in Hilfiger jas, tas en andere bijpassende accessoires maakt hij een gelikte indruk op zijn klasgenoten en op de docenten. Mij valt nog het meest zijn ondeugende kop en brede grijns op. Alsof de wereld aan zijn voeten ligt. Gelukkig gelooft hij dat, want de werkelijkheid is weerbarstig.Gerelateerde afbeelding

Iedereen kent Toms grappen en grollen. Zo riep hij bijvoorbeeld laatst door de klas, terwijl hij naar zijn pasfoto staarde: “Och, mevrouw kijk nou toch eens! Wat ‘n knappe vent ja! Als ik een meisje was geweest, nou dan wist ik t wel. Ik zou er zelfs homo voor worden! Toch? Of niet mevrouw?” Ook moest ik enorm lachen om een geintje dat hij met meerdere docenten heeft uitgehaald en dus ook met mij: “Mevrouw, mag ik u wat vragen?” vroeg hij serieus. En toen ik nietsvermoedend ‘ja’ had geantwoord, liep Tom doodgemoedereerd van me weg om zich na een aantal passen om te draaien en met grote grijns te zeggen: “Ja, de vraag komt later dit jaar nog wel…..”

Dat Tom zo vrolijk en opgewekt is, had ik niet verwacht. Mijn eerste kennismaking met Tom was via een dik en uitgebreid dossier. En vaak is de dikte van een dossier een redelijk betrouwbare weerspiegeling van de hoeveelheid shit die een leerling al heeft meegemaakt. In Toms’ geval is het niet anders: ‘vecht’ scheiding van zijn ouders, stiefvader en moeder, gedrags- en leerproblemen op school, hulpverlening; een breed scala aan therapien en begeleiding etc.

Tom woont nu bij zijn moeder, maar heeft het er niet naar zijn zin, vertelt hij me. De laatste tijd zie en hoor ik af en toe een andere, vroegwijze en serieuze kant van Tom. Hij vertelt me hoe hij zich voelt en hoe hij de zaken ziet. Er zijn veel ruzies thuis en Tom is boos op zijn moeder. Zo vertelde hij onlangs tijdens een les: “Ze heeft alles kapot gemaakt. Ze is bij mijn vader en mij weggegaan en ik bleef achter, huilend met mijn vader op de bank. Maar…. ik ben over 5 jaar al 18! Dat gaat snel genoeg. Dan ga ik alles op mijn manier doen. En niet zoals mijn moeder: ruzie maken met familie en vrienden. Ik mis mijn familie. Ik ga dat anders doen. Ik leef niet in ruzie, ik lach altijd. Ik woonde eerst bij mijn vader maar dat ging niet zo goed. Jammer, want ik kan wel goed met mijn vader. Ja, hij was een keer, toen hij dronken was, zo boos geworden op mijn stiefmoeder, dat hij ging zwaaien met een pistool thuis. Ja, dat is toch wat! Ik was nog klein en ik weet er niet veel meer van hoor, maar hij hield van wapens. Had er wel een stuk of drie. Maar mijn stiefmoeder had de politie gebeld en toen moest m’n pa de cel in en werden zijn wapens in beslag genomen. Was wel jammer hoor want die waren echt wel mooi. Vond-ie ook niet zo leuk. En toen moest ik bij mijn moeder wonen want mijn vader moest bij zijn vriendin en weg en had toen geen huis meer en mocht niet meer voor mij zorgen.”

En, alsof hij schrikt van de zwaarte van zijn eigen woorden en zich bewust wordend van de verbaasde gezichten van zijn klasgenoten om zich heen, gaat hij snel verder op een andere toon: “Ja, ik denk dat ik dan in de leer ga mijn m’n zwager, die zit in de criminele wereld. Allemaal tatoeages, jonge! Ja, want met dat leren wordt t toch nooit wat. Dat kan ik niet. Maar m’n zwager leert me dan wel de kneepjes van het vak. En dan laat ik ook tatoeages zetten. Op m’n armen, helemaal vol. En ja, ook in m’n gezicht. Ik dacht aan een druppel bij mijn oog. Vindt u dat wel mooi mevrouw……?” Hij lacht, kijkt me aan en wil dat ik met hem de zwaarte weg lach. Even twijfel ik, maar begin dan ook te lachen: “Ja, wat een goed idee. Dat lijkt me een prachtige carriere!”.

Tom en humor; wat een fantastische combinatie!